Osteoporose, broze botten. De stille epidemie!

Wereldwijd krijgt één op de 3 vrouwen en één op de 7 mannen ouder dan 60 jaar osteoporose oftewel botontkalking. Helaas wil dat niet zeggen dat jongere mensen gevrijwaard zijn van deze ziekte. Osteoporose wordt ook wel de stille epidemie genoemd omdat het verlies aan botdichtheid zelden gepaard gaat met duidelijke symptomen. Aan osteoporose kan veel gedaan worden, maar het is essentieel dat de diagnose tijdig gesteld wordt. Osteoporose is géén ouderdomskwaal, het is een ziekte die ook jonge mensen kan treffen. Echter omdat osteoporose geen klachten hoeft te geven in beginsel, weten we ook dat deze bovenstaande cijfers enorm ondergewaardeerd zijn. Van wat wel bekend is, zijn dit een paar kleine feiten (bron CBS en RIVM):

Ruim driekwart van de mensen die met een botbreuk in het ziekenhuis komt en ouder is dan 55 jaar wordt zonder osteoporose onderzoek weer naar huis gestuurd

33% van de mannen en 24% van de vrouwen boven de 55 jaar overlijdt binnen één jaar na het oplopen van een botbreuk in de heupen (heupfractuur)

De directe medische kosten als gevolg van een val bij 65-plussers bedragen jaarlijks ongeveer 750 miljoen euro.

 

Wat is osteoporose? 

Osteoporose ofwel botontkalking is een aandoening aan het skelet. Deze aandoening wordt gekenmerkt door een lage botmineraaldichtheid en een verstoring van de samenhang van het bot. Hierdoor is het bot brozer en is er een hogere kans op een botbreuk (fractuur). Het is een probleem dat nog ernstiger wordt naarmate de bevolking ouder wordt.


Hoe ontstaat osteoporose?

Botweefsel verandert voortdurend. Tijdens de jeugdjaren neemt de botmassa geleidelijk aan toe, totdat in het jongvolwassen lichaam de piek bereikt wordt. Na het 35ste levensjaar wordt de afbraak van botweefsel groter dan de opbouw, en wordt de kans op het ontstaan van osteoporose dus ook groter. Iedereen kan osteoporose krijgen, maar er zijn risicofactoren die het ontstaan ervan beïnvloeden.

Het is vaak moeilijk om aan te geven wie wel osteoporose krijgt en wie niet. Toch zijn er bepaalde factoren aan te wijzen die een belangrijke rol kunnen spelen in het krijgen van osteoporose. De Osteoporose Stichting houdt, gebaseerd op de meest recente literatuur, de volgende risicofactoren aan:

Ernstige risicofactoren:
• osteoporose in de familie, bijvoorbeeld vader of moeder met osteoporose
• langdurig gebruik van corticosteroïden (prednison en prednisonachtige stoffen) (bv. astmapatiënten, ms, lupus, sarcoïdose (longziekten), reumatoïde artritis, ...)
• een te laag lichaamsgewicht (te mager) – BMI van 19 of minder
• geen of heel weinig lichaamsbeweging
• bepaalde ziekten of aandoeningen zoals te hard werkende schildklier, astma, reuma, bepaalde darm- en huidziekten
• een of meerdere botbreuken na uw 50ste jaar


Overige risicofactoren:
• geslacht: vrouwen lopen een groter risico dan mannen
• leeftijd: boven de 50 jaar
• een vroege overgang (laatste menstruatie op 45 jarige leeftijd of jonger)
• niet genoeg calcium via de voeding (minimaal 1 à 1,2 g per dag, of 3 à 4 glazen melk of vergelijkbare producten per dag)
• te weinig buitenlicht en/of onvoldoende vitamine D in de voeding
• te weinig geslachtshormonen bij man of vrouw (bijv. aangeboren aandoeningen, impotentie, lange tijd geen menstruaties)
• lengte verlies: meer dan 5 cm voor het 70ste jaar
• grotere kans op vallen (bijv. evenwichtsstoornissen, slecht ter been, recente operatie aan of botbreuk van één van de ledematen, gebruik van slaap- of kalmerende middelen en slecht zien)
• eetstoornissen (anorexia)
• roken
• hoog alcohol gebruik ( dagelijks meer dan 2 glazen)
• hoog koffie gebruik (dagelijks meer dan 7 koppen)
• teveel zout
Hoe meer risicofactoren u heeft, hoe groter de kans is dat u osteoporose zult krijgen.


Check onze osteoporose checklist welke aangeeft of het voor u belangrijk is om op korte termijn een afspraak te maken. 

Osteoporose/botontkalking