Bekken instabiliteit

Door de vele hormoonveranderingen, de toename van het gewicht, en de verandering van het zwaartepunt in het lichaam zijn rugklachten veel vaker aanwezig bij zwangere vrouwen. De hormonale veranderingen zorgen ervoor dat de banden rondom het bekken weker worden zodat er voorbereid kan worden op het dragen van het kindje, het indalen en de bevalling. Dit leidt echter ook tot verlies van stabiliteit van het bekken. Wanneer men dan al onopgemerkte functiebeperkingen in de rug had, samen met de bovenstaande redenen, wordt men extra kwetsbaar. Bij veel vrouwen is het zo dat ze voordat ze de zwangerschap ingaan al een bekkenscheefstand hebben, al dan niet geconstateerd door een therapeut. Wanneer deze scheefstand voor functionele problemen zorgt binnen het systeem, is het risico op verergering van de bandenpijn gedurende, maar ook na de zwangerschap, logisch. Met behulp van behandelingen kunnen wij ervoor zorgen dat pijn verlicht wordt.

Symptomen

De pijn is voornamelijk aanwezig bij de bekkengewrichten, stuitje, liezen en soms bij het schaambeen.

Wanneer u binnenkomt bij de chiropractor zal hij/zij kijken naar wat de redenen in uw geval zijn van de rugklachten. Bij merkbare scheefstanden en/of functiebeperkingen kan de chiropractor over gaan tot behandeling. Er zijn geen contra-indicaties voor de behandeling van zwangere vrouwen. De behandeling wordt echter wel aangepast naarmate de zwangerschap vordert en is uitermate veilig. Een goede functie van het bekken vergemakkelijkt ook de bevalling. 

Wanneer men langdurig een functiebeperking heeft gehad van het bekken, kan het zo zijn dat dit probleem overgaat naar een instabiliteit. Ook bij mensen met lakse banden komt een bekken instabiliteit vaker voor. Een bekken instabiliteit is goed te behandelen. Daarnaast is het belangrijk om bepaalde oefeningen te doen om het bekken sterker en dus stabieler te maken.

Het effect van bekkeninstabiliteit op het ongeboren kind:
Een bekkenscheefstand of functiebeperking heeft niet alleen effect op de aanstaande moeder. Het kindje kan hier ook hinder van ondervinden. Bij iedere scheefstand/disfunctie krijg je verhoogde spierspanning, meestal op een asymmetrische manier. Dit betekent dat een verhoogde spierspanning rondom rug en buik, een kleinere ruimte kan creëren waarin de foetus vertoefd. In het begin is dit nog niet zo erg, maar des te groter de ongeboren baby wordt, des te krapper wordt het. Dit kan ervoor zorgen dat de foetus op dusdanig manier gaat liggen waar de meeste ruimte is. De foetus kan hierdoor met zijn/haar hoofdje boven in de buik blijven liggen. Als het moment dan daar is om zich definitief om te draaien om zich te positioneren voor de bevalling, dan lukt dit niet altijd vanwege het gebrek aan ruimte. Dit kan één van de redenen zijn waarom sommige baby’s in een stuitligging komen te liggen. Bij behandeling van bovengenoemde kan het zo zijn de baby zich alsnog omdraait.

Wat men ook vaak ziet bij baby's is een plat hoofdje aan een kant. Dit kan als gevolg zijn van een blokkade in de nek, maar kan ook als gevolg zijn van de moeder's bekkenscheefstand.